~ Oog voor Natuur ~

Over Grijze zeehonden, Bruinvissen en Orca’s

DSC_7990 wordpress

foto:peter zwitser

DSC_60  wordpress

foto:peter zwitser

De laatste maanden zijn in diverse media, berichten verschenen over Grijze zeehonden(Halichoerus grypus) die Bruinvissen(Phocoena  phocoena) aanvallen en  dodelijk verwonden .

In Nederland werd dit bericht vergezeld van een foto van een Grijze zeehond  met een Bruinvis in de bek en in België , zo valt deze week te lezen in  De Levende Natuur(jaargang 114 nr.1), spoelden bij vlakke zee 2 net gestorven bruinvissen aan , die ernstige bijtwonden vertoonden, waarbij de afdrukken van de hoek- en snijtanden identiek waren aan de kaakafdruk van de Grijze zeehond. Bovendien keek een grote Grijze zeehond vanaf korte afstand van het strand toe  en waren in de verre omtrek geen schepen( schroefverwondingen) te zien.

De Bruinvissen waren volkomen vers en verkeerden, zoals uit later onderzoek bleek, in goede gezondheid .

Uit de bijtwonden  kon onomstotelijk worden vastgesteld , waarbij de afstand tussen de indrukken van de hoektanden bepalend was, dat de afgerukte lappen vel en blubber, een soort winkelhaken,  alleen door de Grijze zeehond kon zijn veroorzaakt.

Vanuit het verleden is dit  gedrag bij Grijze zeehonden volledig onbekend  en dat geldt ook voor gebieden  waar deze soort van oudsher in grote aantallen voorkomt, zoals rond de Britse eilanden  en de Shetlands.

De laatste 10 jaar is de stand van de Bruinvis langs de Nederlandse kust sterk toegenomen en  ook het aantal strandingen is sterk gestegen.

Langs de Belgisch kust ongeveer 600 de laatste 10 jaar en langs de  Nederlandse kust in 2012 650 en in 2011 zelfs 850 . Dat was een topjaar vertelt Guido Keil, bioloog bij Naturalis, die de website walvisstrandingen.nl bijhoudt.

Hoe is die toename van bruinvissen langs onze kust te verklaren ?

Met name rond de Shetlands is de bruinvis de afgelopen 15 jaar zeer sterk afgenomen.

Waar je voor die tijd tijdens oversteken per veerpont tussen de verschillende eilanden altijd  meerder bruinvissen zag, zonder daar enige moeite voor  te doen, valt er de laatste 10 jaar geen bruinvis meer te zien.

Gelijk met het instorten van de bruinvissenstand  is rond deze eilanden de stand van enkele uitsluitend van vis levende  vogelsoorten-zoals Noordse stern, Drieteenmeeuw, Papegaaiduiker en ook die van de Noordse stormvogel, gedecimeerd . Ook de op sterns en Drieteenmeeuwen parasiterende  Kleine Jager , kwam  nauwelijks meer tot voortplanting  en is  daarom zeer sterk in aantal achteruit gegaan.

Dit heeft alles te maken met de ineenstorting van plaatselijke vispopulaties als zandspiering en haring.

De visserij-en de daarmee vroeger gepaard gaande overbevissing, is op deze eilanden dan ook al meer dan 10 jaar vrijwel tot stilstand gekomen., waarvan vooral de Noordse Stormvogel als volger van vissersschepen zeer sterk de nadelige gevolgen heeft ondervonden.

De laatste jaren is nauwelijks  sprake van een  enig herstel  van deze vogelpopulaties.

Sinds de sterke afname van plaatselijke visbestanden zijn ook de grote aantallen bruinvissen vertrokken . In dezelfde periode zijn de vishoeveelheden langs o.a de Nederlandse kust sterk toegenomen en   hiermee lijkt de toename van het aantal bruinvissen langs onze kust verband te houden.

De afgelopen maanden zag ik enkele malen  tientallen bruinvissen foerageren  tussen de pieren van IJmuiden  en het strand van Wijk aan Zee.

Ook worden de laatste jaren in het winterhalfjaar zeer grote aantallen  duikers en alkachtigen,   langs  onze kust waargenomen,  bijna altijd  in gezelschap bruinvissen. Dit kan alleen maar duiden op  een grote hoeveelheid vis.

Samen met deze , door voldoende voedselaanbod veroorzaakte toename van het aantal bruinvissen, is ook het aantal strandingen toegenomen. Hierbij spelen uiteraard ook ziekte, verdrinking in visnetten, scheepsschroeven een rol, naast  het tot nog toe niet eerder waargenomen gedrag van predatie door Grijze zeehonden ..

Nu blijken  ook de meeste strandingen van bruinvissen voor te komen in de buurt van concentraties van Grijze zeehonden zoals op de zandplaten bij Ouddorp  waar 600 Grijze zeehonden liggen en bij de Razende Bol bij Texel/Den Helder, waar 220 dieren aanwezig zijn. Dit zou erop kunnen wijzen dat inderdaad  de Grijze zeehond een grotere rol  speelt bij de sterfte van Bruinvissen, dan tot nog toe blijkt uit het  kleine aantal   slachtoffers waarbij

de doodsoorzaak in relatie tot de  Grijze zeehond vaststaat.

Kortom: Zijn het enkele van deze slimme dieren , die deze aanvalstactiek ontwikkeld hebben, of is het een  meer verspreid verschijnsel in de gehele populatie.

Op het laatste lijkt het vooralsnog niet.

Het is daarom van belang dat waarnemers van  aangespoelde bruinvissen langs onze kust,

deze waarnemingen doorgeven aan Naturalis (walvisstrandingen.nl )eventueel voorzien van foto’s  waarop de door deze dieren opgelopen verwondingen te zien zijn.

Deze kunnen wellicht nieuw licht werpen op de relatie  tusse de Grijze zeehond en de Bruinvis.

Al met al een boeiende ontwikkeling die ook ik op de voet zal volgen.

Wat hebben Orca’s hier mee te maken.?

Ogenschijnlijk niet veel.

In ieder geval hebben deze dieren één ding gemeen met zeehonde. Het zijn beide slimme zeezoogdieren, die ook allebei in staat zijn nieuw gedrag aan te leren en- in ieder geval bij de Orca’s- dit gedrag door te geven aan de groepsgenoten.

Van Orca’s is bekend dat zij binnen de sociale familiestructuren  in staat zijn  om  binnen de eigen groep “groepsspecifiek”gedrag te ontwikkelen,  wat bij  andere groepen(families) binnen deze soort niet voorkomt.

Zeer bekend zijn de voorbeelden van  één Orcafamilie die jaarlijks de  de zeeleeuwenstranden langs de Argentijnse kust bij Valdez bezoeken.

Zij hebben zich gespecialiseerd in het bemachtigen van meestal jonge zeeleeuwen op het strand.

Bij deze  akties die voor de Orca’s niet zonder risico’s zijn – namenlijk stranding- zwemmen zij door tot ze letterlijk bijna vastlopen op het strand,  snel een zeeleeuw pakken en dan met de prooi in de bek, met veel inspanning en krachtsvertoon weer weten te keren om terug in dieper water te komen.

Dit gedrag is duidelijk alleen in deze groep ontwikkeld, wordt door de oudere dieren het best beheerst en aan de jongere dieren doorgegeven.(  afkijken en proberen).

Geen enkele andere Orcafamilie waar dan ook ter wereld vertoont ditzelfde gedrag.

Niet zover hier vandaan op de Falklandeilanden verblijft een andere groep(familie) Orca’s,  die een soortgelijk, maar toch weer afwijkend gedrag hebben ontwikkeld.

Voor de kust bevind zich een rif waartussen  enkele zeer smalle-en rotsachtige geulen lopen, die aan het eind doodlopen in ondiepe-en rijk met Kelp begroeide beschutte poelen.

Deze poelen zijn de favoriete. speel-en baadplaatsen voor jonge zeeolifanten.

Bij eb  zijn deze zeer smalle en bochtige  toegangswegen veel te ondiep, maar bij vloed  kunnen Orca’s er met enige  moeite naar binnen zwemmen en met nog meer moeite keren.

Toch hebben zij deze toevoerwegen naar een potentiële prooi ontdekt en wagen zich met vloed naar binnen.

Zij gaan dan tot het uiterste en weten dan in het woud van Kelpwier een jonge Zeeolifant te grijpen, weer om te keren en de open zee te bereiken.

Ook dit zelf ontwikkelde  -en aan de jonge dieren  doorgegeven gedrag komt  alleen bij deze groep en op deze plek voor.

Als derde voorbeeld van gedragsverschillen binnen de soort zou ik willen noemen  het jachtgedrag van een orca-familie tussen  het pakijs  bij het Antarctisch Schiereiland..

Deze orca-familie leeft hoofdzakelijk van zeehonden-in tegenstelling tot de Orca’s langs de randen van dit pakijs, die in hoofdzaak van Dwergvivissen leven.

De eerstgenoemde groep kijkt voortdurend  boven water(spyhopping) om te zien of er een zeehond op een ijsschots ligt.

Hebben ze er één waargenomen, dan volgt er een uiterst ingenieuze en zeer intelligente jachttechniek, waarbij onderlinge samenwerking onmisbaar is voor het slagen van de operatie.

Eerst wordt vastgesteld of het ijs te dik is om van onderaf te breken en zo de zeehond in het water te krijgen.

Uit onderzoek blijkt dat Orca’s die dikte zeer nauwkeurig met behulp van hun sonar kunnen vaststellen en wel op de centimeter nauwkeurig.

Is het ijs dus te dik bevonden, dan begeeft een Orca zich naar de achterzijde van de ijsschots, die niet te groot mag zijn.

De rest van de groep neemt enige afstand aan de andere kant en zwemt dan vervolgens  in slagorde, als het ware op commando, met grote snelheid op de schots af en vormt daarbij vanwege de half uit het water gestoken koppen een hoge en krachtige boeggolf.

Alle dieren uit de groep zwemmen dus vlak naast elkaar.

Vlak voor de rand van de schots duiken ze tegelijk onder , waarbij de boeggolf over de ijsschots  stroomt en de zeehond eraf spoelt, waarna hij aan de andere kant door het wachtende exemplaar wordt opgevangen en door de inmiddels gearriveerde groep wordt   gedood en daarna onderling verdeeld.

Eén van de mooiste voorbeelden van  sociale interactie en samenwerking in familieverband, waarbij sprake moet zijn van gedetaïlleerde onderlinge communicatie.

Dit gedrag van Orca’s is  in de noordelijke Poolgebieden nog nooit waargenomen.

Van de 3 verschillende  types van Orca’s  die rond Antarctica voorkomen, met bij alle types soortspecifiek gedrag en verschil in uiterlijk, wordt de laatste jaren vermoed dat het misschien biologisch gescheiden soorten zijn.

Als laatste voorbeeld  van gedragsverschillen  tussen complete orcapopulaties, wil ik noemen de Orca’s   rond Vancouver Island  langs de kusten van Britisch Columbia en de staat Washington.

Er komen daar 2 gescheiden populaties voor, die totaal verschillend fourageergedrag hebben ontwikkeld.

De eerste populatie leeft en bevindt zich dan ook het hele jaar tussen Vancouver island en de andere eilanden naar het noorden en het vaste land van Canada.

Dit  is de zogenaamde Inside Passage.

De Orca’s die hier leven  worden” residents” genoemd en trekken niet of nauwelijks.

Zij zijn gedurende het hele jaar aanwezig en begeven zich niet in de open Pacific aan de westkant van de eilanden.

Deze” residents” voeden zich uitsluitend met vis-hoofdzakelijk zalm- en vergrijpen zich niet aan de andere hier levende warmbloedige zoogdieren zoals: zeehonden, zeeleeuwen, dolfijnen, bruinvissen en Grijze alvissen. Op zich is dit al een opmerkelijk verschijnsel, omdat Orca’s waar dan ook ter wereld , zich voeden met walvissen, robben, pinguins, dolfijnen, maar ook weer zeer boeiend “nooit met mensen”.

Nu naar de Orca’s buiten de Inside Passage, dus aan de zeekant van de eilanden.

Deze  genaamd de “transients” voeden zich echter uitsluitend met andere warmbloedige zoogdieren en vallen daarbij zelf grote baardwalvissen als Bultrug,  Blauwe Vinvis en  Grijze Walvis aan, waarbij ze vooral verzot zijn op de tong.

Grote verschillen dus in voedingsgedrag tussen  deze  verschillende groepen.

Wat zijn nou de verschillen  in sociaal gedrag tussen Orca’s – die buiten de familiestructuur niet als individu kunnen overleven –  en Grijze zeehonden, wat betreft het aanleren van nieuw gedrag.

Bij Orca’s staat het wel vast dat de groep daarvoor onmisbaar is, terwijl zeehonden geheel zelf moeten leren hoe zich te handhaven in het zeemilieu.

Hoewel zeehonden wel vaak in groepen op het droge liggen, gedragen zij zich in zee meer als individuen, die uitstekend in staat zijn zich alleen te handhaven.

Ook hun leergedrag zullen zij dus  geheel zelfstandig moeten ontwikkelen .

Dat betekent dat het af en toe vangen en doden van Bruinvissen  waarschijnlijk afhankelijk is van individueel ontwikkeld gedrag, dat waarschijnlijk niet in groepsverband zal worden beoefend en worden geperfectioneerd.

Verder zullen  dus we moeten afwachten  of de nu nog weinige gevallen van bruinvispredatie verder zal toenemen of niet.

Gewoon blijven opletten en boeiende waarnemingen doorgeven.

Dat zal ons wellicht verder helpen bij onze beoordeling van de verhouding tussen de grootste predator  langs onze kust; de Grijze zeehond, die max.2.6 M lang en 400kg zwaar kan worden en die van de kleinste walvisachtige , de bruinvis, die met een lengte van 1.6 m en een gewicht van 50/70kg, in onderlinge confrontaties weinig kans lijkt te maken.

Peter Zwitser

Literatuur: De Levende Natuur   Jan. 2013  Rik Nijland.  Grijze zeehond zet Bruinvis op het menu

Haeltersw, J., F. Kerckhof,  T. Jauniaux & S.Degrae4r,2012.The Grey Seal as a predator of Harbour Porpoises.

Hadoram Shirihai: Whales Dolphins & Seals.  A field guide to the marine Mammals of the World.

2 Reacties

  1. Pingback: Over Grijze zeehonden, Bruinvissen en Orca’s « Peter Zwitser

  2. Bert Rodenburg

    Interessant dit verhaal over orca’s en grijze zeehonden, vooral de verschillen in jacht van de orca’s.

    08/02/2013 om 1:51 pm

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s